Kwetsbare verhalen over… klagen en zeuren

In de aankomende periode deelt de Franciscaanse Gideonsbende steeds franciscaanse en persoonlijke verhalen over thema’s die je misschien liever uit de weg gaat. De Franciscaanse Gideonsbende nodigt je uit om deze thema’s juist aan te gaan. Lees erover, praat er met anderen over en draag de verhalen als medailles bij je.

Het vierde thema dat wij met jou willen aangaan is: klagen en zeuren. Op deze pagina vind je een thematische uitleg, een franciscaans verhaal, en een ervaringsverhaal ter inspiratie. Ken jij dergelijke verhalen? Misschien draag jijzelf deze verhalen bij je, of heeft je buurman, buurvrouw, broer, zus, vriend of vriendin een verhaal dat hierop aansluit. Verzamel deze verhalen dan.

Klagen en zeuren

Zeuren betekent langdurig aanhouden of vervelend praten over iets tot je bereikt wat je wilt bereiken. Klagen wil zeggen dat je ontevreden bent, of verdriet of pijn uit.

In een artikel in Trouw van 9 mei 2020 ‘De toekomst is aan de klagers’, schrijft Stijn Fens dat we moeten klagen dat het een lieve lust is. Hardop, met luide stem. Juist in deze tijd nu de wereld om ons heen zo onbegrijpelijk is. ‘Een dag niet geklaagd is niet geleefd’, staat er als cartoon bij geschreven en getekend.

Je mag eigenlijk niet klagen in dit land. Zeker niet in deze tijd, er zijn zoveel mensen die het slechter hebben. Je mag je zegeningen tellen en anderen daar deelgenoot van maken. ‘Ik mag niet klagen’, is een zinnetje dat je vaak hoort; het is eigenlijk aangeven dat je er de pest in hebt.

Klagen lucht op. De aap is van de schouder. Het probleem is alleen dat je je hoofd vult met negativiteit. Hoe meer je klaagt, des te maar redenen je vindt om te klagen. Jelle Hermus heeft tips om te stoppen met klagen – want behalve dat je klagen fijn vindt en dat het nuttig voelt alsof je iets gedaan krijgt, zie je jezelf ook alleen maar als slachtoffer. Verwacht minder en verplaats je aandacht naar dankbaarheid. Je moet jezelf gaan cultiveren in het dankbaar zijn.

Toch ziet Stijn Fens positieve kanten aan het klagen. Het lucht op en verbroedert. Klagen is niet het probleem, maar het is juist een begin van een oplossing. Hij haalt de filosoof Baggini aan die klagen definieert als ‘een gerichte uitdrukking van een weigering of het onvermogen om te accepteren dat dingen niet zijn zoals ze moeten zijn.’ Alle vooruitgang is begonnen met een klacht, zegt Baggini, en hij noemt als voorbeelden Martin Luther King en Nelson Mandela.

Franciscaans verhaal

De zeurende en lastige melaatse

Franciscus verzorgde graag melaatsen en had bepaald dat zijn broeders overal ter wereld melaatsen zouden verzorgen, uit liefde voor Christus, die ook als melaatse beschouwd wilde worden.

Zo was er in een gasthuis in de buurt waar Franciscus was, een melaatse waarvan iedereen dacht dat hij door de duivel bezeten was, omdat hij alsmaar zat te mopperen, klagen en bovendien ook nog eens iedereen uit zat te schelden. Hij schold zo erg, ook vloekte hij op Christus, dat niemand van de broeders hem nog wilde verzorgen. Daarom lieten ze Franciscus weten dat ze de melaatse aan zijn lot wilden overlaten. Toen Franciscus dit hoorde, ging hij naar de melaatse toe en begroette hem: ”God geve je vrede, broeder.” En de melaatse antwoordde: “Wat voor vrede heb ik van God te verwachten? Hij heeft mij mijn vrede en alle goeds ontnomen en ik rot weg en ik stink.” Franciscus antwoordde met de opmerking dat hij geduld moest hebben, waarop de melaatse reageerde: “Hoe kan ik nu mijn aanhoudende pijn geduldig verdragen? En dan ook die broeders die mij niet verzorgen zoals het zou moeten.” Omdat Franciscus besefte dat de man door boze geesten was bezeten, zonderde hij zich af, ging voor hem bidden en keerde naar hem terug. Hij zei: “Omdat je niet tevreden bent over mijn broeders, wil ik je graag verplegen.” “Wat kun jij dan beter dan de anderen?”, vroeg de melaatse. “Ik zal doen wat jij wilt”, antwoordde Franciscus. “Was mij dan van top tot teen, want ik stink zo dat ik walg van mezelf”, zei de melaatse. En zo waste Franciscus de man met geurige kruiden en warm water en daar waar hij hem aanraakte, verdween de melaatsheid en begon ook de genezing van de ziel. De melaatse kreeg wroeging en spijt en begon heftig te huilen. Zo werd zijn lichaam gereinigd door het wassen met het water en zijn ziel door zijn tranen van spijt.

Vrij naar Fioretti XXV

Persoonlijk verhaal

Ik vind mopperen af en toe fijn. Inderdaad om de dingen van me af te mopperen en klagen, zodat ik met een schone en frisse lei weer verder kan gaan. Ik durf dan ook niet tegen iedereen aan te klagen, want stel je voor, dat ze me een zeur gaan vinden. Ik heb een vriendin die onnoemelijk veel zeurt en klaagt, er is geen ophouden aan. Het begon met een tragische gebeurtenis in haar leven en toen dacht ik: wie ben ik om hier iets van te vinden, ze heeft alle recht daartoe. Later dacht ik dat dit het enige was wat haar overeind hield, dit gaf haar leven zin, dat gejammer en geklaag. Nu enkele jaren later ga ik er nog steeds niet tegenin, want dat geeft haar meer reden om harder te gaan klagen omdat ze voelt dat ze moet bewijzen hoe erg het wel niet is. Dus ik zwijg, wetende dat het haar oplucht, want zoveel aanhoorders zijn er niet meer. Ze woont alleen en dus is er ook niemand om tegenaan te mopperen. Op het einde van een ontmoeting is zij vrolijker dan in het begin en ik…? Ik ga moe naar huis en klaag erover dat ik dit heb moeten ondergaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *