Kwetsbare verhalen over… verveling

In de aankomende periode deelt de Franciscaanse Gideonsbende steeds franciscaanse en persoonlijke verhalen over thema’s die je misschien liever uit de weg gaat. De Franciscaanse Gideonsbende nodigt je uit om deze thema’s juist aan te gaan. Lees erover, praat er met anderen over en draag de verhalen als medailles bij je.

Het eerste thema dat wij met jou willen aangaan is: verveling. Op deze pagina vind je een thematische uitleg, een franciscaans verhaal, en een ervaringsverhaal ter inspiratie. Ken jij dergelijke verhalen? Misschien draag jijzelf deze verhalen bij je, of heeft je buurman, buurvrouw, broer, zus, vriend of vriendin een verhaal dat hierop aansluit. Verzamel deze verhalen dan.

Verveling

Bij het woord verveling denken we automatisch dat iets saai is, leeg en nutteloos. Misschien vertel je liever niet dat je je verveelt, omdat jou dan luiheid verweten wordt. Toch horen we steeds meer van mensen die een ode brengen aan de verveling, omdat het goed is af en toe niets te doen te hebben.

Niets doen kan af en toe heel heilzaam zijn. Bijvoorbeeld wanneer je op een trein staat te wachten, niet weet wanneer deze komt en met talloze medereizigers van het ene naar het andere perron wordt gestuurd door een digitale omroepstem. Of wanneer je in het voorjaar tijdens een wandeling heerlijk om je heen kunt kijken en gewoon niets doet.

Over het algemeen proberen we uit alle macht de verveling te bestrijden, omdat we nu eenmaal gehecht zijn aan de dingen die ons bezig houden. Ook de minder mooie dingen. Ze vullen onze dagen en ons leven en geven dit een doel. Zo houden we van ons ritme.

Als er al een universele karaktertrek bestaat, dan moet het haast wel onze ontiegelijke hekel aan verveling zijn. In de file, tijdens een stomvervelende klus op het werk, bij de dokter in de wachtkamer of wanneer je dagenlang niemand spreekt of geen bezoek kunt ontvangen. We laten ons graag verleiden tot het bezighouden met mobiele telefoon en zinnige of onzinnige tv-programma’s.

Onderzoeker Gerard van Tilburg vertelt over hoe zijn fascinatie met verveling begon met een besef: ‘De meeste menselijke emoties hebben een evolutionaire functie. Van angst, vreugde en bedroefdheid weten we dat het mensen helpt om te overleven. Ook verveling is evolutionair blijven hangen omdat het een functie heeft.’ Hij vermoedt dat verveling optreedt wanneer je activiteit niet voldoet aan een natuurlijke behoefte aan prikkels. Dan komt onherroepelijk de vraag naar boven: welke prikkels hebben we dan nodig? Is er juist niet meer behoefte aan ont-prikkeling?

In de tijden van Covid-19 vertelden veel mensen dat de intelligente lockdown maar moeilijk was vol te houden. Men ging zich vervelen. Maar zodra er meer ruimte kwam en men erop uit kon om te wandelen of om met de fiets erop uit te trekken, werd dat minder.

Mensen hadden er last van dat hun ritme werd verstoord. Hun dagelijks programma werd behoorlijk in de war gestuurd. Kleine vanzelfsprekendheden zoals even een boodschapje doen of op bezoek gaan bij iemand vielen weg. Het was niet zo zeer dat men niets meer te doen had, maar wel dat alle plannen en dingen buiten de deur wegvielen. ‘We hebben nu de tijd om ons te bezinnen’, klonk het overal. Ja, dat kan wel wezen, maar die bezinning moet ook ergens toe leiden. Dat is wat we gewoon willen, het moet een doel hebben.

Franciscaans verhaal

Hoe Franciscus van Assisi zich verveelde in de gelukzalige eeuwigheid en het wonderbaar gebed dat hij richtte tot O.L. Heer
In het paradijs is het altijd mooi weer. Regen en wind, sneeuw en kou; ze dringen niet door tot de troon waar God glimlacht naar de uitverkorenen. Als zij door de blauwe hemel gaan, maken de vleugels der aartsengelen vlugge wolken, en de martelaars, de maagden, de belijders, de pausen en de apostelen zijn als evenveel kostbare sterren bij de goddelijke troon, die door de Moeder Gods, door Christus en de Heilige Geest, als door zonnen omgeven wordt.
In de onmetelijkheid, die voortdurend vol is van godvruchtig viool- en harpgezang, glijden de gelukzaligen geluidloos voorbij; hun kleren hebben de kleur van de maan, hun haar is gemaakt van licht, zij zijn jong en mooi. Achter Franciscus komt een ontelbaar leger van broeders aan. Wie zou de bruine boetelingen, de arme bedelaars, de nederigen herkennen in deze roemrijke heiligen, die door de hemel lopen met een stil geluk en met prinselijke heerlijkheid? Zij gaan en, hoe ver weg ze ook zijn, de glorie van God haalt hen in, verblindt en verblijdt hen. Ze brengen de eeuwigheid door in de liefde, al hun vreugde bestaat in het zien van Christus, ook al hun verlangen en al hun hoop. De stralen van zijn licht omgeven hen. En vooraan gaat Franciscus, die onder hen de armste was; de gouden stralen schieten uit zijn open handen en voeten, en uit zijn doorboorde zijde. Hij gaat vooraan als een jonge zon.
Hij nadert Jezus met een hart dat brandt van liefde. Hij spreekt, en wat zegt hij? Alle hemelingen houden hun adem in en luisteren naar hem die met zijn zachte stem de vogels betoverde en de wolf van Gubbio mak maakte. Hij zegt:
“Lieve Heer, alle eer en glorie zij U in de eeuwen der eeuwen. Luister: ik verveel mij in de gelukzalige eeuwigheid!”Heel de wijde ruimte huivert van verwondering. De aandachtige engelen bedekken het gelaat met de vleugels. Wat zegt de kleine broeder!?
“Verveelt ge u, Franciscus?”
“Begrijp me goed, Heer,” gaat de heilige van Assisi verder. ”Ik verveel me omdat ik niet meer werken kan tot uw glorie, omdat ik u niet meer dan doen kennen en beminnen… Zeker, ik weet dat mijn broeders op de wereld, die nederige mannen in habijt, ons werk voortzetten… Maar ik, Heer, ik rust al zo lang! En daarbij, laat me toe dat ik u dit zeg, er is in mij een groot verlangen Italië terug te zien. Umbrië waar ik aan stad en land de liefde opdeed. Lieve Heer, ik zou zo graag een reisje naar Umbrië willen doen…”
Jezus zei: “Ga dan, kleine broeder. Ga, draag onze vreugde in uw hart. Onze vrede vergezelle u nu en altijd!”
Zo kwam het dat Franciscus van Assisi het paradijs verliet.

Van Hans Sevenhoven, www.bloeiendeklaproos.nl: ‘St. Franciscus heeft het paradijs verlaten’ (Saint François a quitté le paradis), van Abel Moreau uit 1935.

Persoonlijk verhaal
Ik denk aan mijn moeder van 80 jaar. Ze is gehandicapt en al jaren gebonden aan huis. In de tijd van COVID-19 ziet ze behalve de mensen van de zorg niemand. Er komt geen bezoek meer. Maar wanneer ik haar spreek aan de telefoon zegt ze ook nu: ‘Maar ik verveel me niet, hoor!’
Ik geloof haar. Ze heeft een eigen ritme van ontbijten, krant lezen, wat rommelen in huis en heel veel kijken naar de vogels in haar kleine tuintje, naar de bloemetjes en naar oude foto’s. Maar ook kijkt ze terug naar de mooie herinneringen. Dat doet ze al zo lang als ik het mij kan herinneren. Ooit vond ik haar initiatiefloos. Nu is ze voor mij al jaren een kunstenaar van het genieten in het moment, van het zijn in het NU.

Een reactie

  1. Pingback: Kwetsbare verhalen – Franciscaanse Gideonsbende

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *